Kom bij de politie Maak er politiewerk van

Mijn eerste reanimatie

Aspirant agent René loopt nog maar net stage, als de oproep van de meldkamer binnenkomt: een reanimatie. Zijn eerste.

Omschakelen

‘Net nog waren we op zoek naar losgebroken koeien, nu worden we met spoed naar een reanimatie geroepen. Gaat het me lukken om in praktijk te brengen wat ik allemaal heb geleerd?
Met toeters en bellen schieten we naar het opgegeven adres. Al rijdend verdelen we de taken: ik pak straks de AED, mijn collega doet de eerste verkenning. We zijn er binnen twee minuten – zal het op tijd zijn?

Eenmaal aangekomen zien we de ambulances al staan. We stormen de bus uit. Bij binnenkomst kijkt een medewerker me verschrikt aan, duidelijk aangedaan door de situatie. “Waar moet ik zijn?!” roep ik. Hij wijst naar rechts, waar een ambulancebroeder reanimeert en vier anderen de meetapparatuur en hun externe defibrillator aanleggen. Een van de ambulancebroeders vraagt of wij hem kunnen overnemen.’

‘René, klaarmaken!’

‘“Wil jij als eerste?” vraagt mijn collega. Ik leg uit dat dit mijn eerste echte reanimatie zal zijn, en dat ik liever eerst kijk, om het daarna over te nemen. Ik trek mijn handschoenen aan en blijf naast mijn collega staan. Het geeft mij de kans nog even rustig de situatie in me op te nemen. En te bedenken wat er straks allemaal moet gebeuren om het slachtoffer veilig te kunnen verplaatsen.

Ik zie veel bloed naast het hoofd, en een grote snee boven de wenkbrauw. Inmiddels hoor ik het monotone tikken van de metronoom op de meetapparatuur van de ambulance. De eerste infusen worden ingebracht. Dan hoor ik mijn collega: “René, klaarmaken!”’

Klaar voor actie

‘Ik ga tegenover haar aan de andere kant van het slachtoffer zitten. Ik vouw mijn vingers in elkaar en maak mij klaar voor de reanimatie. Ik kijk naar mijn collega en hoor haar tellen: “25, 26, 27, 28, 29, 30, wissel.”

De ambulancebroeder knijpt twee keer in de blaasbalg voor het toedienen van lucht. En dan begin ik. Met gestrekte armen loodrecht op de borstkas van het slachtoffer veer ik vanuit mijn rug op en neer en druk daarbij diep de borstkas in. Het voelt alsof ik het goed doe. De ambulancebroeder kijkt met een waaks oog mee.

Ik heb geen idee of hij de enkele streep op mijn schouder heeft gezien, of dat hij het gesprek tussen mij en de collega heeft gehoord voordat we gingen starten. Hij geeft na de eerste dertig borstcompressies aan dat het heel goed gaat. Ik vertrouw op zijn expertise, op wat mij in het verleden is aangeleerd, op het feit dat het recente examen op de academie goed is afgerond.’

Blijf erbij

‘Ik laat mijn gedachten niet wegglippen. De ambulancebroeder knijpt weer twee keer in de blaasbalg, ik wacht tot hij klaar is en ga weer verder met de borstcompressies. De volgende politiecollega zit al tegenover mij op zijn knieën te wachten, en zegt dat hij mij zo overneemt. Ik tel vanaf dat moment hardop naar de dertig toe. “...27, 28, 29, 30,” – twee keer knijpt de ambulancebroeder in de blaasbalg en mijn collega heeft zijn handen al gevouwen op de borst van het slachtoffer.

Ik sta op en doe twee stappen terug. Ik veeg mijn hoofd af met de achterkant van mijn hand, het zweet stroomt van mijn hoofd. Als ik voor de tweede keer mijn collega overneem, voel ik dat het reanimeren niet lekker gaat. “Het klopt niet,”  zeg ik de ambulancebroeder, “het is alsof de borstkas in elkaar zakt.” “Dat klopt,” zegt hij, “waarschijnlijk ademt hij zelf even.” Hierna hoor ik dat er een signaal gemeten wordt van het hart, maar we moeten wel blijven reanimeren.’

We did it

‘Als het slachtoffer uiteindelijk de ambulance in is gereden, ruimen we op. Het bloed op de vloer is nu de laatste stille getuige van het feit dat hier een ongeval is geweest. We verzamelen in de ontvangsthal bij de receptie, en luisteren hoe de collega’s van politie en ambulance de medewerkers informeren over wat er is gebeurd. Gegevens worden uitgewisseld en we wensen de medewerkers sterkte.’

Dankbaar

‘Twee weken na de reanimatie horen we dat meneer het goed maakt. En ruim een half jaar later trek ik de stoute schoenen aan en zoek de man op. Hij vertelt dat hij mij heel dankbaar is. Dankbaar dat mijn collega’s en ik zo snel ter plaatse waren, en dat hij nu in relatief goede gezondheid met mij kan praten. We spreken maar kort, maar toch is het voor hem een bijzonder moment. En voor mij ook, want dit is waar mijn collega’s en ik het voor doen. Elke dag weer.’

 

Wil jij ook het verschil maken? Word agent! Doorloop de studiekeuzehulp of bekijk het actuele aanbod politieopleidingen.